Als lid van CESNI-commissie zorgen we voor meer zekerheid voor binnenvaart
De Nederlandse binnenvaartvloot is goed voor 50% van de Europese vloot. De technische regelgeving voor binnenschepen wordt in de ES-TRIN vastgelegd, door CESNI. Als organisatie voor het opstellen van normen en technische regels van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart. Maritime & Offshore NL is namens Sea Europe lid van de commissie CESNI-PT waar deze technische regels worden vastgelegd. Dat betekent dat er directe invloed op het proces en de inhoud van die regelgeving is.
Typisch voor Nederland is het aantal kleine (vaak oudere) binnenvaartschepen dat nog altijd actief is. Deze schepen hebben een belangrijke rol in het vervoer over de kleinere vaarwegen én zijn minder gevoelig voor lage waterstanden. Bovendien blijkt uit diverse contacten in de logistiek en industrie dat vervoersvolumes van één product afnemen, waardoor grote schepen niet altijd een volledige lading kunnen ontvangen.
Grote investeringen zin noodzakelijk om deze schepen aan nieuwe technische eisen te laten voldoen. Deze investeringen dragen niet altijd direct bij aan de veiligheid. Aan veel eisen waren al langdurige overgangstermijnen gekoppeld. En indien een schipper individueel kan aantonen dat de aanpassingen voor zijn schip/bedrijf technisch en/of economisch niet haalbaar waren, zou de commissie per geval daarvoor een individuele vrijstelling kunnen geven.
Op basis van een onderzoek van Maritime & Offshore NL en met inzet van onze achterban heeft de Nederlandse delegatie heel veel moeite gestoken in het overtuigen van alle landen actief in CESNI. Tijdens de laatste vergadering van CESNI in juni 2026 werden de laatste verschillen van interpretatie gladgestreken waardoor gesteld kan worden dat met ingang van ESTRIN 2027 alle kleine vaartuigen tot 86m (!) gevrijwaard zijn van een zeer groot aantal technische eisen. Dat betekent dat een zeer groot deel van de Nederlandse vloot zich meer kan richten op een belangrijker aspect, verduurzaming.
Daarmee is er meer zekerheid voor de binnenvaart, waardoor de vloot in Nederland in stand kan blijven. Dat betekent dat de maritieme maakindustrie haar aandacht kan geven aan nog betere oplossingen voor meer duurzame voortstuwing van bestaande (kleine) schepen.