F

'Riskante verouderde infrastructuur blinde vlek in veel gemeenten'

4 maart 2026

Verkeersminister Karremans begint aan wat de ‘onderhoudsopgave’ wordt genoemd: hij gaat veel verouderde bruggen, tunnels, spoorwegen en sluizen vervangen. Landelijk hebben partijen als Rijkswaterstaat en Prorail aardig in kaart waar de risico’s zitten. Maar op gemeenteniveau is het vaak een grote blinde vlek. Gemeenten zitten met misschien wel net zo’n grote onderhoudsopgave, maar weten dat niet altijd. Zij laten kades, bruggen, tunnels en dergelijke met het blote oog inspecteren. Maar dat levert momentopnames op, en bovendien is niet alles met het blote oog zichtbaar.

Data verzamelen gaat verder. Dan monitor je bij alle omstandigheden, 24 uur per dag, verzakkingen, doorbuigingen, trillingen, scheurvormingen en andere ‘deformaties’.

Grote gemeentes met eigen ingenieursbureaus maken hiervoor mensen beschikbaar, en zetten er programma's voor op. Denk aan Amsterdam, dat kademuren monitort. Daarover was onrust, omdat het duur zou zijn. Nu de data binnenkomen blijken de risico’s mee te vallen, en kunnen onderhoudskosten over jaren verspreid worden.

Langzaam wordt wat systematischer gekeken naar de risico’s in de infrastructuur, en wordt op de riskante plekken preventief gemonitord. Het gaat de laatste tijd bijvoorbeeld veel over stalen bruggen die continu aan wisselende belastingen onderhevig zijn. Dan krijg je vermoeiing van staal; microschuurtjes die je niet kunt zien, maar wel kunt monitoren. Aan de andere kant kan er ook iets in de bodem gebeuren dat effect heeft op de infrastructuur, denk bijvoorbeeld aan dalende grondwaterstanden. Dat kun je ook in kaart brengen.

Maar een verkiezingsonderwerp zijn deze investeringen niet. De urgentie wordt pas gevoeld op het moment dat ergens iets is misgegaan. Als er bijvoorbeeld een ernstig ongeluk is gebeurd, of als een weg maandenlang dicht is en er veel economische schade ontstaat.

Gemeenten moeten inzien dat ze zulke kosten kunnen uitsparen als ze op tijd beginnen met monitoren. Dan kun je bepalen waar de prioriteit moet liggen qua onderhoud, maar je kan er ook achter komen dat sommige objecten nog prima twintig jaar mee kunnen. Uiteindelijk bespaar je daarmee geld. Meten is weten. Zorg dat je op basis van objectieve data beslissingen neemt. En niet als het te laat is, of op basis van algemene inschattingen.