De overslag in de haven van Rotterdam is in de eerste negen maanden van 2026 gestegen met 0,9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De totale overslag kwam daarmee uit op 323,2 miljoen ton. De stijging in overslag komt voornamelijk door meer overslag van kolen, overig droog massagoed, ruwe olie en minerale olieproducten. De overslag van ijzererts en schroot, agribulk, LNG, overig nat massagoed, containers (in tonnage) en breakbulk nam af.
Boudewijn Siemons, CEO Havenbedrijf Rotterdam: “De overslagcijfers laten zien dat de Rotterdamse haven zich blijft aanpassen aan veranderende omstandigheden. Terwijl lage waterstanden, verschuivende energiestromen en druk op de Europese industrie hun weerslag hebben op verschillende markten, zien we groei in belangrijke goederenstromen van en naar het Europese achterland. Tegelijkertijd zien we hoe belangrijk sterke achterlandverbindingen zijn voor de leveringszekerheid en concurrentiekracht van Europa. Juist daarom moeten we blijven investeren in toekomstbestendige weg-, water- en spoornetwerken. Betrouwbare infrastructuur is de basis voor economische groei en voor een weerbare supply chain.”
Droog massagoed
De overslag van droog massagoed steeg in de eerste negen maanden van 2026 met 2,1%. De overslag van ijzererts en schroot daalde met 5,9%, ondanks een stijging van de Duitse staalproductie met 6%. Logistieke verstoringen door lage waterstanden op Europese rivieren leidden tot hogere transportkosten en beperkten de aanvoer van grondstoffen. Staalproducenten maakten daardoor vaker gebruik van bestaande voorraden, terwijl ook minder schroot beschikbaar kwam voor export via Rotterdam. De overslag van kolen nam met 15,3% toe. Deze groei is vooral toe te schrijven aan een herstel van de overslag van cokeskolen, bestemd voor de Europese staalproductie, ten opzichte van het uitzonderlijk lage niveau in 2025. Daarnaast steeg de vraag naar energiekolen door relatief hoge gasprijzen als gevolg van geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten. Ook extra elektriciteitsproductie in Nederlandse kolencentrales, onder meer voor export vanwege onderhoudswerkzaamheden in buurlanden, droeg bij aan de groei. De overslag van agribulk daalde met 11,4%. Als gevolg van hoge importvolumes in 2025 nam de vraag af in de eerste negen maanden van dit jaar. De overslag van overig droog massagoed groeide met 15%, gedreven door een hogere vraag naar bouw-gerelateerde grondstoffen. Zowel in Nederland als Duitsland wijzen toenemende investeringen in woningbouw, energie-infrastructuur en spoorwegen op een voorzichtig herstel van de bouwsector.
Nat massagoed
De overslag van nat massagoed steeg in de eerste negen maanden van 2026 met 3,1%. De overslag van ruwe olie nam toe met 2,1%. Door het wegvallen van de import van olieproducten uit het Midden-Oosten als gevolg van de sluiting van de Straat van Hormuz, zijn Europese raffinaderijen meer ruwe olie gaan importeren en verwerken. Dit leidde niet alleen tot meer overslag van ruwe olie, maar ook tot een stijging van de overslag van olieproducten met 11,1%. Vooral de export van olieproducten groeide sterk met 31,9%, terwijl de import met 6,9% afnam. De overslag van LNG bleef stabiel en daalde licht met 0,2%. De overslag van overig nat massagoed nam met 3,8% af. Binnen deze goederenstroom steeg de import van biobrandstoffen en grondstoffen voor de productie van biobrandstoffen juist. Door het vervallen van dubbeltellingen in Nederland en Duitsland zijn leveranciers verplicht meer fysieke volumes biobrandstoffen op de markt te brengen, wat de vraag naar zowel biobrandstoffen als grondstoffen heeft vergroot. Deze groei kon de terugval in de overslag van chemische producten echter niet compenseren. De chemische industrie kampt nog altijd met uitdagende marktomstandigheden; de productie in Nederland, België en Duitsland is in de eerste negen maanden van 2026 gedaald ten opzichte van 2025.
Containers en breakbulk
De containeroverslag in TEU bleef in de eerste negen maanden van 2026 met een lichte groei van 0,1% vrijwel gelijk aan het niveau van een jaar eerder. In tonnen gemeten daalde de overslag met 2,2%. Het achterlandvolume nam in de laatste negen maanden met 7,2% toe. Deze groei werd vooral gedragen door een stijging van de import van volle containers met 8,9%. Ook de export van volle containers liet, na een periode van krimp, weer een bescheiden groei zien van 1%. Omdat de import sterker toenam dan de export, steeg het vervoer van het aantal lege containers verder. De transhipment-overslag daalde daarentegen met 20%. Door de aanhoudend beperkte capaciteit bij deepsea-terminals in Rotterdam wordt meer lading via andere havens afgehandeld, waardoor ruimte vrij wordt gemaakt voor achterlandstromen.
Het breakbulksegment liet een daling van 1,4% zien. De RoRo-overslag groeide beperkt met 0,7%, als gevolg van de aanhoudend zwakke economische ontwikkeling in het Verenigd Koninkrijk. De overslag van overig stukgoed nam met 10,2% af als gevolg van de aanhoudende stagnatie van de Europese maakindustrie, met name in de machinebouw- en automotive-sector.