Maritime & Offshore NL ziet in de Prinsjesdagplannen voor 2027 kansen voor de maritieme en offshore-sector, maar waarschuwt dat op verschillende dossiers concrete financiering nog ontbreekt. Directeur Jeroen de Graaf riep tijdens het derde Prinsjesdagontbijt van de brancheorganisatie de politiek op om voor ‘boter bij de vis’ te zorgen.
Positief is volgens de organisatie dat offshorewind prioriteit houdt. Het kabinet handhaaft de ambitie van 40 GW aan windenparken op zee in 2040 en wil vanaf 2027 Contracts for Difference inzetten om ontwikkelaars meer investeringszekerheid te geven. Hierbij vult het Rijk inkomsten aan als de stroomprijs onder een afgesproken niveau komt, terwijl de exploitant bij hogere prijzen het verschil terugbetaalt. De branche mist nog wel concrete maatregelen om de elektriciteitsvraag te stimuleren en netcongestie op te lossen.
Ook positief is de brancheorganisatie over de volloopgarantie van het CO2-opslagproject Aramis onder de Noordzee, waarvoor vanaf 2027 maximaal 1,3 miljard euro wordt gereserveerd, de 450 miljoen euro die beschikbaar komt voor waterstofopslag en de 40 miljoen extra subsidie voor walstroom. Ook de structurele financiering voor de bescherming van vitale infrastructuur op de Noordzee wordt verwelkomd.
Kritischer is de organisatie over innovatie en infrastructuur. De financiële ondersteuning voor maritieme innovatie loopt volgens haar terug. Ook de beschikbare middelen voor infrastructuur zijn onvoldoende. Onder meer de verruiming van de sluis bij Kornwerderzand wordt genoemd als noodzakelijk om meer Nederlandse werven geschikt te maken voor defensieopdrachten.
Ruimte voor voorstellen
Defensie investeert de komende vijftien jaar fors in vlootvernieuwing, waaronder nieuwe onderzeeboten, fregatten, mijnenbestrijdings- en ondersteuningsvaartuigen. Maritime & Offshore NL wil dat daarbij nadrukkelijk gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse maritieme maakindustrie.
De tanende invloed van eerst een demissionair kabinet en nu een minderheidskabinet, is wat De Graaf betreft een zorgelijke ontwikkeling. ‘De bijbehorende onzekerheid zorgt bij het bedrijfsleven voor ‘terughoudendheid in investeren’.
Tegelijkertijd biedt de politieke situatie de komende tijd nog volop ruimte voor onderhandeling en kansen voor de sector om met voorstellen te komen. ‘Wat we overall zien is een strategischere positionering van de sector. Het is nu zaak voor het kabinet dat de erkenning wordt vertaald naar Nederlandse opdrachten, productiecapaciteit en investeringen.’