Rotterdam

Kabinet trekt de knip voor bescherming Noordzeebodem

25 september 2026

Vijf jaar geleden werd na de aanslagen op ondergrondse gasleidingen tussen Duitsland en Rusland (26 september) werd besloten om het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) op te richten. Hiermee moeten dergelijke sabotageacties worden voorkomen op de Noordzeebodem. Er wordt eindelijk werk van gemaakt.

De Nederlandse zeebodem kent kilometers aan leidingen en kabels die essentieel zijn voor het reilen en zeilen van ons land. Jaren is er veel overleg gevoerd om tot de juiste governance te komen, dit jaar heeft het kabinet er eindelijk een klap op gegeven. 

Er is geld vrijgemaakt voor het Nationaal Maritiem Security Centre (NMSC), waarmee het toezicht op en de bescherming van vitale infrastructuur op de Noordzee structureel moet worden versterkt. 

Vanuit meerdere ministeries (Defensie, Infrastructuur en Waterstaat en Financiën) is geld vrijgemaakt, wat de komende jaren verder opbouwt tot jaarlijks 78 miljoen vanaf 2040. 

Met een betere beveiliging moeten aanslagen zoals op de Nord Stream 2 en de sabotage van onderzeese kabels in de Baltische Zee door de Eagle S, een tanker van de Russische schaduwvloot, worden voorkomen. 

“Wij zijn heel blij met deze daadkracht van het kabinet”, zegt Jeroen de Graaf, algemeen directeur van Maritime & Offshore NL. Eind maart gaf hij nog een noodsignaal af in een opiniestuk in het Algemeen Dagblad.  

Naar aanleiding hiervan mocht hij op gesprek komen met de minister van defensie om het opiniestuk en de urgentie van de situatie toe te lichten. 

“We lopen onnodige risico’s omdat het PBNI stillag. Nu kunnen we gericht gaan werken aan de bescherming van de kilometers aan gaspijpleidingen, data- en elektriciteitskabels in de Noordzee voor de kust van Nederland. Daarbij is het wel van belang dat onze Nederlandse maritieme- en offshorebedrijven de uitvoering op zich kunnen nemen en daarvoor blijven we constructief in gesprek met het kabinet.”